Educatie

Ons zonnestelsel         u kunt meer informatie opvragen via contact/informatie

De ZonDe Zon

Als de zon 's ochtends boven de horizon komt wordt het licht en begint onze dag. De zon geeft overdag zoveel licht dat de sterren, die we 's nachts zien als het helder is, overstraald worden. Maar ze zijn er natuurlijk nog wel! Onze zon is een ster van gemiddelde grootte.


MercuriusMercurius

Mercurius is een binnenplaneet net als Venus. Daarom kunnen we Mercurius als deze gunstig staat alleen na zonsondergang zien in het westen, of ´s morgens vroeg vlak voor zonsopkomst in het oosten. Midden in de nacht is Mercurius net zoals onze zon onder de horizon verdwenen.

Mercurius is de kleinste planeet van ons zonnestelsel en heeft geen manen. Het oppervlak lijkt veel op dat van onze maan. Mercurius is net zoals onze aarde een steenachtige planeet en heeft een ijle atmosfeer. Overdag wordt het +450° C en ´s nachts koelt het af tot -170° C. De omloopsnelheid bedraagt 46,3 km per seconde.


VenusVenus

Venus heeft een dik wolkendek van zwavelzuur. Deze deken houdt de warmte goed vast zodat het ´s nachts niet zoveel afkoelt als op Mercurius. Het zo´n + 480 °C aan het oppervlak en in de wolken -33°C. De atmosfeer bestaat voornamelijk uit koolstofdioxide.

Venus heeft geen manen, is een steenachtige planeet en heeft een omloopsnelheid van 34,9 km per seconde. Na de zon en de maan is Venus voor ons het meest heldere hemellichaam. Als we vanaf de aarde naar Venus kijken dan kijken we ook in de richting van de zon. Venus verschijnt ongeveer 263 dagen per jaar als 'morgenster' (is natuurlijk geen ster). Daarna verdwijnt hij ongeveer 50 dagen achter de zon. Als hij dan weer verschijnt wordt hij ongeveer 263 dagen 'avondster'. Net zoals bij onze maan kunnen we schijngestaltes waarnemen bij Venus.

Opvallend bij Venus is het verschil in rotatietijd en omlooptijd. Bovendien roteert Venus, in tegenstelling tot de andere planeten, vanaf haar noordpool gezien met de wijzers van de klok mee. De zon komt dus op in het westen!


Aarde

Schijnbare 'opkomst' van de aarde gezien vanaf de maan op 24 december 1968. Omdat de maan altijd met dezelfde kant naar de aarde gericht is zie je vanaf de maan geen opkomst van de aarde. De foto is gemaakt vanuit de Apollo 8 die in een baan om de maan vloog.

De omtrek van de aarde is bij de evenaar 40.075 km. In 23 uur en 56 minuten (rotatietijd) draait de aarde een rondje om haar as. De omloopsnelheid van de aarde bedraagt 29,8 km per seconde. We bewegen op dit moment dus ontzettend snel door de ruimte en tollen met grote snelheid rond....maar vallen niet van onze stoel!

De temperatuur op aarde varieert van -88 °C tot +58 °C


MarsMars

Als er een planeet is waar we als mens naar toe zouden kunnen gaan om persoonlijk een kijkje te nemen dan is het Mars. Er zijn wetenschappers die denken dat zo'n 3,5 miljard jaar geleden het klimaat op Mars vergelijkbaar was met dat van de vroege aarde: warm en nat.

Mars heeft net zoals de aarde poolkappen. Deze bestaan uit bevroren water en koolstofdioxide. Tijdens het wisselen van de seizoenen groeien de poolkappen aan en smelten af. Met een behoorlijk telescoop kun je de poolkappen zien.
De maximum temperatuur op Mars kan aan de evenaar in de zomer 's middags oplopen tot 20° C. De minimum temperatuur aan de polen kan zakken tot -153 °C aan de polen.

Mars heeft 2 zeer kleine maantjes: Phobos, genoemd naar de Griekse god voor de angst, en Deimos, genoemd naar de Griekse god voor de paniek.


Planetoïdengordel

'artist's impression' van de planetoïdengordel

Tussen Mars en Jupiter zweven in een baan om de zon een heleboel miniplaneetjes: de planetoïden. Naar schatting zijn dat er ongeveer een miljoen. Dat lijkt een heleboel, maar onze maan alleen weegt al meer dan alle planetoïden samen. Als je met een raket door de planetoïdengordel zou vliegen dan bots je niet snel op zo'n rotsblok want het is een zeer groot gebied. De 'artist's impression' lijkt dan ook niet erg realistisch...


JupiterJupiter

Jupiter, de grootste planeet in ons zonnestelsel, heeft 63 manen. Daarbij moet opgemerkt worden dat de meeste daarvan nog niet officieel als maan erkend zijn door de Internationale Astronomische Unie (IAU). De 4 grootste manen, Io, Europa, Ganymedes en Callisto, zijn al met een verrekijker (7x50) waar te nemen. Galileo Galilei was de eerste mens die ze door een telescoop waarnam. Vandaar de naam Galileïsche manen. Hij zag dat de manen om Jupiter heen draaiden. De 'kerk' was niet zo blij met het feit dat de aarde niet het centrum van het heelal bleek te zijn.
Jupiter is een gasreus. Opvallend is de storm 'De Grote Rode Vlek' op Jupiter. De omvang van de vlek is ongeveer 20.000 bij 12.000 km.


SaturnusSaturnus

Vanaf de aarde gezien verandert de stand van de ringen van Saturnus in de loop der jaren. Dit komt omdat de as van Saturnus net zoals de aardas een beetje schuin staat ten opzicht van de baan om de zon.


Uranus

Uranus is de op twee na grootste en vanaf de Zon gezien de zevende planeet van ons zonnestelsel. Deze ijsreus is vernoemd naar de god Uranus, ook wel Ouranos, de personificatie van de hemel, uit de Griekse mythologie.
Met het blote oog is Uranus net te zien maar alleen als hij in oppositie staat, onder zeer gunstige omstandigheden en als bekend is waar gezocht moet worden komt de helderheid in de buurt van de grens van wat nog met het blote oog gezien kan worden. Met een gewone verrekijker is Uranus beter te zien als een zwak "sterretje", maar zelfs met een grote telescoop blijft Uranus niet meer dan een groenachtig schijfje. Uranus was in de oudheid dan ook niet bekend. Het is de eerste planeet die sinds de uitvinding van de telescoop is ontdekt.


NeptunusNeptunus

Galilei had Neptunus al waargenomen door zijn telescoop. Hij zag een 'ster' die een jaar later leek te zijn bewogen ten opzichte van de andere sterren. Het Griekse woord planētēs, waar ons woord planeten vandaan komt, betekent rondzwerven. Als je de planeten gedurende een langere periode waarneemt dan zie je hun positie ten opzicht van de sterren veranderen. Vandaar het 'rondzwerven' van de planeten zoals de oude Grieken het zagen.

Astronomen hadden berekend dat de omloop van Uranus afweek van de berekende baan. De enige verklaring was dat er een grote planeet nog verder van de zon af moest staan. Verschillende wiskundigen begonnen berekeningen te maken om de onbekende planeet te vinden. Op aanwijzingen van de Franse wiskundige Urbain Verrier ontdekte Gottfried Galle op 23 september 1846 de nieuwe planeet. Sinds deze ontdekking is er op Neptunus nog maar één jaar verstreken...

Met behulp van de Hubble ruimtetelescoop zijn de windsnelheden in de atmosfeer van Neptunus gemeten. De snelheden rond de evenaar kunnen oplopen tot 2000 kilometer per uur. Men denkt dat deze stormen, met de hoogste snelheden in ons zonnestelsel, veroorzaakt worden door de warmte- uitstraling van de planeet.